De Historische rol van de Burger Bescherming
Deze publicatie is mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij de auteurs. De inhoud vormt niet per definitie een weergave van het standpunt van de bewindspersonen van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Executive summary
In 2024 werd de Wet Weerbaarheid kritieke entiteiten (WWke) aangenomen. Deze wet richt zich op het versterken van de weerbaarheid van onze vitale infrastructuur tegen allerlei dreigingen, maar wat als het toch misgaat? Wat als het meest rampzalige scenario werkelijkheid wordt en de vitale infrastructuur om wat voor reden dan ook uitvalt? Dan moet ook de burgerbevolking weerbaar zijn. De Burger Bescherming (BB) ten tijde van de Koude Oorlog (1945-1991) kan hierbij als leidraad dienen. In theorie moest de BB ervoor zorgen dat de Nederlandse .
BB in Vogelvlucht
Na een toename van de Sovjetdreiging richtte de Nederlandse staat in 1952 de BB op. De BB was een organisatie die zich inzette om de Nederlandse bevolking weerbaar te maken tegen een mogelijke (nucleaire) aanval. De organisatie viel bewust onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) in plaats van Defensie, om het militaire karakter te vermijden waar veel Nederlanders afkerig van waren. De BB draaide aanvankelijk op vrijwilligers, de richtlijn was ongeveer 200 tot 230 duizend deelnemers. 107 Het land werd verdeeld in A en B regio’s. De A-gebieden waren locaties die een groter doelwit waren voor de vijand, en de B-gebieden waren de regio’s die, hypothetisch gezien, minder risico liepen. 108 In de eerste helft van de jaren vijftig had elke regio zijn eigen BB-brandweer, Geneeskundige Dienst, Reddingsdienst en Dienst Sociale Verzorging. 109 Vanwege de groeiende nucleaire dreiging werd er in 1958 besloten om de Atomaire, Biologische en Chemische dienst (ABC-dienst) op te richtten. Destijds verschenen er verspreid over het land meetpunten, de zogenaamde S-posten, om de effecten van een nucleaire explosie te kunnen detecteren en duiden. 110 In 1958 werd er ook besloten om de noodwachtplicht in te voeren. De dienstplichtigen die niet bij de krijgsmacht werden ingezet, werden toegewezen aan de BB. Door deze beslissing nam het aantal echte vrijwilligers af en verloor de BB geleidelijk haar vrijwillige karakter. 111
bevolking klaar was om een aanval te weerstaan. In de praktijk werd de BB geteisterd door slechte uitrusting, gebrekkige training, lage motivatie en mislukte voorlichtingscampagnes, waardoor de organisatie weinig enthousiasme kon rekenen van politici en de bevolking. 106 De casus BB laat zien dat weerbaarheidsbeleid zonder goede investeringen weinig serieus wordt genomen, maar praktische maatregelen zoals EHBO-lessen, voorlichting en realistische informatie kunnen bijdragen aan een effectief beleid.
Overigens werd al kort na de oprichting duidelijk dat de BB niet uitsluitend van nut kon zijn in oorlogstijd. De Watersnoodramp van 1953 maakte pijnlijk zichtbaar hoe kwetsbaar Nederland ook in vredestijd kon zijn.112 Ondanks de, in theorie, brede inzet mogelijkheden begon de overheid vanaf de jaren zeventig fors te bezuinigen op de BB. Op 1 juli 1986 werd de BB definitief opgeheven. De civiele beschermingstaken werden vanaf dat moment verspreid onder andere instanties zoals de Regionale Brandweer, de GGD, het Rode Kruis, Defensie en sinds 2010 ook de Veiligheidsregio’s.
De BB; In Theorie en in de Praktijk
Individuele Zelfbescherming
Strikt genomen maken alle Nederlanders deel uit van de BB. Elke burger moest zich actief voorbereiden op oorlogsgevaar. In de praktijk betekende dit dat de bevolking brandgevaarlijke zolders moest gaan opruimen, noodvoedsel moest inslaan, verduisteringsmaterialen moest aanschaffen en emmers water en zand moest klaarzetten. Tevens moest men schuilplaatsen aanleggen in of rond huis. Daarnaast werd er verwacht dat men zelf eenvoudige redding en bluswerkzaamheden ging uitvoeren. Dit hield in dat men eerste hulp zou moeten verlenen, beginnende brandjes moest kunnen blussen en brandbommen onschadelijk moest gaan maken. Het uitgangspunt was dat de zelfbescherming de eerste klap zou opvangen na bombardementen, de voornaamste taak was blussen zodat grote oppervlaktebranden voorkomen konden worden.113 Individuele zelfbescherming was ook van psychologisch belang, de maatregelen die de burger zelf thuis nam, zou moeten leiden tot meer weerbaarheid. Zelfbescherming werd gezien als een burgerplicht. De maatregelen die de burger zou moeten nemen zouden goedkoop en eenvoudig zijn, wat dus een niet al te zware financiële last voor de staat zou zijn. 114
Een cruciaal onderdeel voor het slagen van de zelfbescherming was alarmering. Hiervoor werd een landelijk waarschuwingssysteem opgezet, waarvan de sirenes het bekendste onderdeel waren. 115 Zodra het alarm klonk, moesten mensen snel dekking zoeken om hun overlevingskans te vergroten. Er was echter geen grootschalige campagne om openbare schuilplaatsen te bouwen, want dit was ten tijde van de wederopbouw financieel onhaalbaar en overigens wegens tactische redenen ongewenst. Volgens de individuele zelfbescherming richtlijnen moesten mensen na een aanval direct tot handelen overgaan. Om deze redenen was het voordeliger als mensen thuis gingen schuilen. In flatgebouwen moesten bewoners samen een kelderruimte ombouwen tot schuilplaats. 116 Er kwamen schuilplaatsen bij drukbezochte locaties, maar in 1968 was er plek voor slechts 66.200 mensen en in 1970 rond de 100.000 mensen, op een bevolking van 12 miljoen. Echter was het betwistbaar hoe bruikbaar deze waren, want sommige dienden als berging of fietsenstalling en geen van allen waren voorzien van voedsel of water. Overigens boden deze geen bescherming tegen een directe inslag, maar op enkele kilometers van ground-zero konden ze levens redden. 117
BB Vrijwilligers
Naast een goed voorbereide burger werd ook ingezet op de Georganiseerde Zelfbescherming (GZB). Deze moest direct na een bombardement het voortouw nemen en vormde de ruggengraat van de zelfbescherming. De BB was georganiseerd in blok- en wijkploegen, waarbij in elk blok een ploeg BB-vrijwilligers paraat stond om hun buren te helpen. Elke ploeg had een centrale blokpost, en op wijkniveau waren gasverkennings- en ontsmettingsploegen actief. Ook werden Identificatie- en Bergingsploegen ingericht voor het begraven en identificeren van slachtoffers.118
De BB had potentie, maar kende ook serieuze tekortkomingen die het vertrouwen in de organisatie ondermijnden.
De BB was afhankelijk van vrijwilligers. In het begin richtte de werving zich vooral op mannen voor brandbestrijding en redding, terwijl vrouwen welkom waren in de verzorgingsafdelingen. Toen de aanmeldingen uitbleven, kwam er in 1955 een nieuwe campagne met de slogan “de derde man”. Daarmee bedoelde men dat één derde van de posities nog openstond, maar het liet ook zien dat vrouwen aanvankelijk compleet genegeerd werden. Pas in 1956 richtte men zich actief op vrouwen. 119 BB’ers kregen een algemene cursus en konden zich verder specialiseren in reddingswerk of gewondenzorg. 120 In de praktijk vielen die opleidingen tegen. Te veel theorie, te weinig praktijk, matige instructeurs en saaie oefeningen. Overigens speelde dit niet alleen bij de gewone vrijwilligers, maar ook bij de blokhoofden. Volgens BB-hoofd W.H. Spanhake bezat in 1959 hooguit 10 procent de kwaliteiten om hun rol te vervullen. Echter kostte verbetering geld en daar wilde de overheid niet aan beginnen, dus werd er simpelweg minder geoefend. 121 Vrijwilligers vasthouden bleek lastig, tegen 1954 had zo’n 30 procent van hen afgehaakt en het verzuim tijdens cursussen werd op 50 procent geschat. 122 In 1958 werd daarom een noodwachtplicht ingevoerd waarbij dienstplichtigen werden doorgestuurd naar de BB. 123
In theorie zou er materiaal aanwezig zijn in de vorm van scheppen, pikhouwelen, blusmiddelen, ladders en wagens. Hiermee kunnen mensen onder het puin vandaan gehaald worden, puin geruimd worden, gewonden vervoerd worden en branden geblust worden. Hierbij stond het voorkomen van grote oppervlakte branden centraal. Al deze taken zouden meteen na een bombardement worden uitgevoerd terwijl men wachtte op verdere hulp van de BB- brandweer, Geneeskundige Dienst en Reddingsdienst. 124 In werkelijkheid waren de middelen beperkt door zuinigheid. Uniformen van goedkope stof gaven kleur af bij regen, schoenen moesten vrijwilligers zelf meenemen en veel B-gebieden kregen geen eigen brandweermateriaal. Men moest dan maar de reguliere brandweer inschakelen. Het ondermijnde het moreel en veel vrijwilligers haakten af.125 Ook in actie stelde de BB weinig voor. Grootschalige rampen bleven uit, maar bij kleinere incidenten werd soms een beroep op hen gedaan. 126 Bij de treinramp in Harmelen (1962), de watersnood in Tuindorp-Oostzaan (1960), en een grote brand in het Groot Handelsgebouw (1970) kwam de BB in actie. 127 Volgens dr. Rieke Leenders was de inzet van de BB vaak ondermaats. Tijdens een chemische ramp in 1972 en de treinramp in Harmelen werd de inzet zelfs als waardeloos beoordeeld. 128
De BB was bekend bij het breder publiek, maar genoot van weinig vertrouwen. Volgens oud BB’er Henk Sagius zag men te weinig van de BB en als men er al iets van hoorde, was het meestal in de vorm van grappen. Het ontbrak aan zichtbaarheid én geloofwaardigheid. Weinig mensen hadden het idee dat de BB niets kon betekenen als het erop aan kwam. 129 Daarnaast was er een algemeen gebrek aan vertrouwen in de BB, bij zowel gemeenten als bij de Rijksoverheid. Budgetten waren laag, lokaal leiderschap was zwak en veel leidinggevenden waren oud-militairen die hun functie zagen als een soort erebaantje. Oefeningen werden niet serieus genomen, en de betrokkenheid van burgemeesters en wethouders was minimaal. 130
Voorlichting
Om de zelfbescherming te verbeteren verspreidde de BB in de jaren vijftig en zestig allerlei voorlichtingsmateriaal via brochures, radioberichten en polygoonjournaals. 131 In theorie was dat een goed idee, maar in de praktijk bleken enkele publicaties een regelrechte PR-ramp te zijn waar de organisatie nooit meer van herstelde.132
In 1957 verscheen de brochure ‘Individuele zelfbescherming’, gevolgd door het boekje ‘Bescherm u zelf’ in 1961. Later dat jaar kreeg elk huishouden een envelop in de bus met de titel ‘Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf’. Deze bevatte folders met praktische adviezen over wat te doen bij oorlogsgeweld, zoals het maken van een schuilplek in huis en het aanleggen van een noodvoorraad. Drie weken later volgde nog een geïllustreerde brochure van dertig pagina’s die vooral focuste op bescherming tegen fall-out. Misschien omdat dat realistischer leek dan proberen te ontsnappen aan de klap en hitte van eenkernexplosie. De achterliggende gedachte van de hele campagne was om het doorgeslagen defaitisme van de jaren vijftig te keren en mensen ervan te overtuigen dat zelfbescherming nut had. 133
Dit pamflet werd slecht ontvangen, de algemene kritiek was dat de het pamflet het gevaar flink bagatelliseerde en een simplistische voorstelling van zaken weergaf.134 Uit een enquête in 1968 bleek dat bijna niemand ook maar iets had gedaan met de adviezen, zelfs BB-medewerkers en politici niet. 135 Het pamflet werd snel belachelijk gemaakt. Schrijver Harry Mulisch reageerde spottend met zijn eigen parodie: Schrijver Harry Mulisch reageerde spottend met zijn eigen parodie: ‘Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf, tijdens de jongste dag’. In die stijl werd er vaker de draak gestoken met de adviezen. 136 Henk Sagius herinnert zich nog de voorschriften van wat te doen tijdens een atoomaanval, volgens de wenken moest je onder je bureau gaan zitten en “daar werd best wel lacherig over gedaan.”137 Terecht, want een trap of een bureau zou je leven echt niet redden tijdens een gewoon bombardement, laat staan een nucleaire aanval. Na het debacle met de wenken verdween de BB steeds verder uit beeld. In de jaren zeventig vroegen veel mensen zich af of de organisatie überhaupt nog bestond.138
De actualiteit
De BB had potentie, maar kende ook serieuze tekortkomingen die het vertrouwen in de organisatie ondermijnden. Het schortte hem voornamelijk aan realistische voorlichtingen en degelijke uitrusting. Overigens zou een organisatie als de BB weinig verschil maken tijdens een nucleaire oorlog, gezien de vernietigende kracht en de langdurige gevolgen van een nucleaire winter. Toch zijn moderne conflicten van andere aard. De oorlog tussen Rusland en Oekraïne laat zien dat conventionele aanvallen nog steeds voorkomen en juist daar liggen kansen voor een goed georganiseerde civiele beschermingsorganisatie. De vraag is of Nederland daar vandaag de dag op voorbereid is. De hoeveelheid professionele hulpverleners is beperkt en tijdens een grootschalige ramp kunnen bepaalde regio’s moeilijk bereikbaar zijn. Een moderne vorm van de BB zou juist daar ondersteuning kunnen bieden in de vorm van eerste hulp, het opsporen van overlevenden en puinruimen, mits goed gefinancierd.
In vredestijd kan een soortgelijke organisatie ook van waarde zijn. Denk aan de Spaanse stroomstoring van 2025 of de Duitse watersnoodramp van 2021. Mocht iets soortgelijks in Nederland gebeuren, dan kan een goed getrainde vrijwilligersgroep helpen bij het ondersteunen van hulpdiensten. Overigens hoeft niet alles groots of kostbaar te zijn. Elementen zoals de Individuele Zelfbescherming in de vorm van EHBO-lessen op scholen en werkplekken, voorlichting over zelfredzaamheid en het aanleggen van kleine noodvoorraden zijn eenvoudig te realiseren en kunnen het verschil maken. Desalniettemin kunnen er zich mogelijk problemen voordoen met het opzetten van een collectivistische organisatie in een individualistisch en gepolariseerd land als Nederland. Daarom is het cruciaal dat de communicatie neutraal en verbindend is, gericht op wat we delen; veiligheid, nuchterheid en de wil om te kunnen handelen als het erop aankomt. Echter loop je hiermee het risico dat mensen het niet serieus nemen en het gevoel van urgentie missen.
RANDY DE JONG
Bekijk de volledige literatuurlijst als PDF.
Open PDF ↗





Leave a Reply