GA! Magazine — Weerbaarheid van Nederland

De verwaarlozing van defensie

December 2025 Defensie • Weerbaarheid • Geschiedenis

Deze publicatie is mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij de auteurs. De inhoud vormt niet per definitie een weergave van het standpunt van de bewindspersonen van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
De verwaarlozing van defensie — hero image

Executive summary

De afgelopen decennia is er veel bezuinigd op defensie tot de Russische inval van Oekraïne in 2022. Als reactie op de toenemende spanningen investeert Nederland tegenwoordig meer in defensie om de weerbaarheid van Nederland te vergroten. Desalniettemin is de huidige situatie niet uniek. In de Nederlandse geschiedenis zijn er vijf gebeurtenissen, waarin een vergelijkbaar patroon zich herhaald. Deze gebeurtenissen zijn de Hollandse oorlog (1672-1679), Eerste Coalitieoorlog (1792-1797), en de mobilisaties van 1870, 1914-1918 en 1939-1940. Deze vijf gebeurtenissen staan centraal in dit stuk, aangezien er vier belangrijke lessen uit getrokken kunnen worden. Ook zijn deze gebeurtenissen behulpzaam om beeld te krijgen van de verwaarlozing van defensie. De vier lessen uit dit stuk zijn:

  1. Voorkom bezuinigingscycli;
  2. Verdeel investeringen evenwichtig;
  3. Investeer in kennis en ervaring;
  4. Breng de maatschappelijke impact van een langdurige inzet van het leger in kaart.

Context en problematiek

Sinds de Russische inval van Oekraïne in 2022 zijn de spanningen in Europa toegenomen. Als reactie op de toenemende spanningen besloot de Nederlandse regering om structureel meer te investeren in defensie. In 2025 alleen al bedraagt de uitgave voor defensie €22 miljard. Dit is een forse investering in vergelijking met de jaren daarvoor. In 2024 voldeed Nederland aan de NAVO-norm van twee procent van het bruto binnenlands product (bbp). Ondanks dat Nederland inmiddels meer besteedt aan defensie en voldoet aan de NAVO-norm, heeft defensie toch last van structurele problemen. Nederland heeft namelijk sinds de val van de Berlijnse muur structureel bezuinigd op defensie. Deze bezuinigingen hebben geleid tot de verwaarlozing van defensie. Hierdoor heeft de krijgsmacht een gebrek aan materiaal, munitie en personeel. Het tekort aan personeel vormt het grootste probleem binnen de krijgsmacht. Echter is dit niet uniek aan de huidige tijd, aangezien de verwaarlozing van de krijgsmacht ook op vijf verschillende momenten in het verleden heeft plaatsgevonden. Deze vijf momenten zijn gekozen vanwege de lessen die hieruit getrokken kunnen worden. Ook zijn deze momenten behulpzaam om beeld te krijgen van de verwaarlozing van defensie.

Structurele bezuinigingen

De structurele bezuinigingen van de afgelopen decennia zijn niet uniek in de Nederlandse geschiedenis. Er zijn namelijk vijf belangrijke momenten in de militaire geschiedenis van Nederland, waarbij er structureel werd bezuinigd op het leger.

De vrede van Münster, getekend in 1648, maakte een einde aan de tachtigjarige oorlog tegen Spanje. Na het einde van de tachtigjarige oorlog werd er minder geïnvesteerd in het Staatse leger, aangezien de Nederlandse Republiek meer wilde investeren in de handel. De gevolgen van minder investeringen in het Staatse leger zijn terug te zien in latere oorlogen. In 1672 werd de Nederlandse Republiek, tijdens de Hollandse oorlog (1672-1679), aangevallen door de legers van het Frankrijk, Keulen en Münster. Ook werd de Nederlandse Republiek aangevallen door de zeevloten van Engeland en Frankrijk. Het Staatse leger was niet klaar voor deze oorlog, aangezien het Staatse leger te maken had met tekorten aan manschappen, onervaren manschappen en organisatorische problemen. Hierdoor maakte het leger van Frankrijk vroegtijdig in de oorlog een snelle opmars. Uiteindelijk wist Nederland de Franse troepen tegen te houden door schulden te maken om een fors leger op de been te krijgen. Na de Hollandse oorlog werd er opnieuw nauwelijks geïnvesteerd in het Staatse leger. De Nederlandse republiek had namelijk tijdens de Hollandse oorlog forse schulden gemaakt en in de achttiende eeuw ging het minder goed met de economie. Hierdoor kon het Staatse leger nauwelijks weerstand bieden toen de Franse troepen, tijdens de Eerste Coalitieoorlog (1792-1797), opnieuw aan de grenzen stonden. De Franse troepen veroverden in 1795 succesvol de Nederlandse republiek.

Ook na de Eerste Coalitieoorlog werd het leger opnieuw geconfronteerd met bezuinigingen, vooral tijdens de mobilisaties van 1870, 1914 en 1939. Bij een mobilisatie wordt het leger gereed gemaakt voor een eventuele oorlogssituatie. In juli-september 1870 mobiliseerde Nederland zijn leger toen de Frans-Duitse oorlog (1870-1871) uitbrak. Het Nederlandse leger verkeerde destijds in een erbarmelijke staat. Na de Belgische revolutie (1830) stond Nederland er economisch zeer slecht voor, waardoor er vanaf 1840 werd bezuinigd op het leger. Het leger kampte tijdens de mobilisatie van 1870 met verouderd materiaal, slechte oorlogsvoorbereidingen en een zeer korte opleiding voor dienstplichtigen. Ook tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het Nederlands leger gemobiliseerd (1914-1918). Het leger was tijdens de mobilisatie van 1914 beperkt voorzien van moderne wapens, en er waren tekorten aan materiaal en munitie. In vergelijking met het arsenaal van oorlogvoerende landen, was het Nederlandse arsenaal kleiner. Desalniettemin wist Nederland succesvol neutraal te blijven tijdens de mobilisatie van 1870 en 1914. De laatste keer dat Nederland het leger mobiliseerde was in de periode augustus 1939 tot en met mei 1940, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Nederlandse leger kampte tijdens de mobilisatie van 1939 met veel problemen, aangezien Nederland vanaf de jaren 20 structureel bezuinigde op het leger. De reden hiervoor is dat Nederland niet betrokken raakte bij de Eerste Wereldoorlog en de Volkenbond werd opgericht met als doel om toekomstige oorlogen te voorkomen. Maar toen de spanningen in Europa opnieuw toenamen, besloot Nederland in de periode 1937-1940 meer te investeren in het leger. Dit bleek niet voldoende te zijn om de negatieve effecten van decennia aan bezuinigingen tegen te gaan. Het leger had tijdens de mobilisatie van 1939 verouderde wapens, en tekorten aan materiaal en munitie.

In de Nederlandse geschiedenis is er een overduidelijk patroon te constateren. In periodes van relatieve rust bezuinigd Nederland op zijn leger, terwijl in periodes van toenemende spanningen het leger door jarenlange bezuinigingen ernstig is verzwakt. Er waren diverse redenen om te bezuinigen op het leger, zoals meer investeringen in de handel, hoge schulden of een economische krimp. Desalniettemin blijft het eindresultaat hetzelfde. In periodes van toenemende spanningen kampte het leger namelijk met organisatorische problemen, slechte oorlogsvoorbereidingen, verouderde wapens, en tekorten aan munitie en materiaal. Zelfs extra investeringen, zoals in de periode 1937-1940 gebeurde, bleek niet voldoende te zijn om de jarenlange bezuinigingen tegen te gaan. Hieruit zijn twee lessen te trekken, namelijk een indirecte en een direct les. De indirecte les is dat de impact van bezuinigingen op defensie niet onderschat mag worden. Indien dit wel gebeurt dan blijft het historisch patroon zich herhalen, waardoor defensie in tijden van toenemende spanningen verzwakt is. Ook is het van belang om uitvoerbare wet- en regelgeving te realiseren omtrent de bezuinigen en investeringen op defensie. Dit vormt de directe les. Recentelijk nam de Eerste Kamer een wetsvoorstel aan, waarin staat dat de NAVO-norm van twee procent van het bbp de wettelijke ondergrens vormt voor defensie-uitgaven. Daarnaast pleitte het wetsvoorstel ook voor een defensievisie voor een termijn van vijftien begrotingsjaren. Hierdoor zijn de eerste stappen van de directe les al gezet, al zijn vervolgstappen ook nog nodig.

Ongelijke investeringen

In het verleden hebben ongelijke investeringen ook bijgedragen aan de verwaarlozing van het leger. Dit gebeurde vooral tijdens de Hollandse oorlog toen de Nederlandse Republiek werd aangevallen door verschillende mogendheden. Het opvallende aan deze oorlog was het contrast in de investeringen van het Staatse leger en de Staatse zeevloot. De rijkere Zeegewesten van de Republiek hadden een voorkeur voor een sterke Staatse zeevloot, vanwege de handel en hun geografische positie. De Staatse zeevloot kreeg daarom meer investeringen dan het Staatse leger. Vervolgens onderging de Staatse zeevloot een reorganisatie en verdere professionalisering in de jaren 1650 en 1660, terwijl het Staatse leger nauwelijks innoveerde. Bovendien werd het Staatse leger na 1648 teruggebracht van ongeveer 60.000 man naar 30.000 soldaten. Toen de Hollandse oorlog uitbrak in 1672 kon het Staatse leger de Franse troepen niet tegenhouden, waardoor Frankrijk een snelle opmars kon maken. De Staatse zeevloot daarentegen wist de gezamenlijke oorlogsvloot van Engeland en Frankrijk wél tegen te houden. Toen de Hollandse oorlog begon was er een duidelijk verschil in de investeringen van het Staatse leger en de Staatse zeevloot. Hierdoor wist het Staatse leger in de eerste instantie minder successen te boeken dan de Staatse zeevloot. Dit vormt ook een belangrijke les voor vandaag de dag, aangezien veel investeringen in één militair onderdeel gevolgen kan hebben voor andere militaire onderdelen. Het is daarom van belang om eenzijdige investeringen te voorkomen en investeringen evenwichtig te verdelen.

Gevechtservaring

Naast budgettaire factoren die bijdragen aan de verwaarlozing van het leger, zoals eenzijdige investeringen of bezuinigingen, speelt het gebrek aan gevechtservaring ook een belangrijke rol. Het gebrek aan gevechtservaring was ook merkbaar tijdens de mobilisaties van 1914 en 1939. Bovendien was het Nederlandse leger minder ervaren, voornamelijk in moderne oorlogsvoering. Tijdens de mobilisatie van 1914 probeerden Nederlandse officieren toch goed op de hoogte te blijven van de recente militaire ontwikkelingen door het lezen van vakbladen en door contacten te onderhouden met collega’s. Ook werden er studiereizen naar frontgebieden gemaakt. Hierdoor konden Nederlandse officieren toch kennis opdoen van de recente militaire ontwikkelingen ondanks het gebrek aan gevechtservaring. Het gebrek aan gevechtservaring vormde ook een probleem tijdens de mobilisatie van 1939. Toen Nazi-Duitsland in mei 1940 Nederland binnenviel, had Duitsland al gevechtservaring opgedaan tijdens de Frans-Duitse oorlog, Eerste Wereldoorlog, Spaanse Burgeroorlog en de invasie van Polen. Daarom mag het gebrek aan gevechtservaring niet worden onderschat. Het gebrek aan gevechtservaring bij officieren is ook een belangrijke les voor vandaag de dag. Immers is de Koreaoorlog (1950-1953) de laatste conventionele oorlog, waarbij Nederlandse grondtroepen meevochten. De Nederlandse deelname in andere conventionele oorlogen was ondersteunend, zoals tijdens de Golfoorlog (1990-1991). Het is daarom van belang dat Nederlandse officieren, in NAVO verband, voldoende de mogelijkheid krijgen om te leren van conventionele oorlogen in de 21e eeuw, zoals de Russisch-Oekraïense oorlog. Hierbij kan eventueel gekeken worden naar de mobilisatie van 1914, waarbij Nederlandse officieren kennis verworven door contacten, vakbladen en studiereizen. Gelet op de geschiedenis is het daarom van belang om ook te investeren in kennis en ervaring van officieren.

Maatschappelijke impact

Tot slot is het ook van belang om de maatschappelijke impact te overwegen van een langdurige inzet van het leger. Dit bleef achterwege tijdens de mobilisatie van 1914, toen 200.000 mannen werden gemobiliseerd. De maatschappelijke impact voor gezinnen was groot, aangezien de gemobiliseerde mannen vaak kostwinner waren. Hierdoor dreigden veel gezinnen in armoede te vervallen. De gezinnen van gemobiliseerde soldaten kregen wel een kostwinnersvergoeding, maar dit bleek niet voldoende te zijn. Hierdoor werden steuncomités opgericht die geld inzamelde voor getroffen gezinnen. Bovendien zorgde de langdurige mobilisatie, van 1914 tot en met 1918, voor onvrede onder de dienstplichtige soldaten met als gevolg rellen, plichtsverzuim en wangedrag. Het laatste geval is ook terug te zien in de Russisch-Oekraïense oorlog, waarbij Oekraïense mannen de dienstplicht proberen te ontvluchten.

Hoewel de maatschappelijke impact snel over het hoofd wordt gezien bij een eventuele directe dreiging, is het van belang om de maatschappelijke impact van een langdurig inzet van het leger vooraf in kaart te brengen. Het is cruciaal om plannen klaar te hebben die rekening houden met de maatschappelijke impact van een langdurige inzet van het leger. Hierdoor is het mogelijk om snel met een oplossing te komen voordat een maatschappelijk probleem ontstaat.

Conclusie

Er zijn vier belangrijke lessen te trekken op basis van de militaire geschiedenis van Nederland. Ten eerste, is het belangrijk om bezuinigingscycli te voorkomen door bewust te zijn van de impact van bezuinigen. Daarnaast is het van belang om uitvoerbare wet- en regelgeving omtrent de bezuinigingen en investeringen op defensie te realiseren. Ten tweede, is het cruciaal om investeringen evenwichtig te verdelen en eenzijdige investeringen te voorkomen. Ten derde, is het belangrijk om te investeren in kennis en ervaring. Tot slot, is het cruciaal om de plannen klaar te hebben die rekening houden met de maatschappelijke impact van een langdurige inzet van het leger. Hierdoor kunnen maatschappelijke problemen voorkomen worden voordat ze ontstaan.

LARS BRULL

GA! × KIEM Literatuurlijst — brondocument (PDF)

Bekijk de volledige literatuurlijst als PDF.

Open PDF ↗

Leave a Reply

Trending

Discover more from GA!

Subscribe now to keep reading and get access to the full archive.

Continue reading