GA! Magazine — Weerbaarheid

Militaire dreiging en maatschappelijke weerbaarheid: een historische analyse van Zuid-Korea

2025 Zuid-Korea• Weerbaarheid• Hybride dreigingen

Deze publicatie is mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij de auteurs. De inhoud vormt niet per definitie een weergave van het standpunt van de bewindspersonen van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Zuid-Korea — hero image

Executive summary

Dit essay laat zien hoe Zuid-Korea haar samenleving weerbaar heeft gemaakt tegen de voortdurende dreiging vanuit Noord-Korea, en welke lessen Nederland hieruit kan trekken in het licht van toenemende geopolitieke spanningen, met name vanuit Rusland. Vanuit een historisch perspectief wordt de evolutie van het Zuid-Koreaanse weerbaarheidsbeleid geanalyseerd in drie fasen: fysieke mobilisatie na de Koreaanse oorlog, ideologische en economische versterking onder autoritaire regimes, en hedendaagse strategieën tegen hybride dreigingen zoals cyberaanvallen.

In de eerste fase lag de nadruk op militaire opbouw, dienstplicht en herstel van de door de oorlog zwaar beschadigde infrastructuur. Tijdens de autoritaire periode werd weerbaarheid gekoppeld aan loyaliteit en nationale ontwikkeling, vaak via propagandacampagnes en grootschalige investeringen in militaire industrie. In de huidige democratische context richt Zuid-Korea zich op mentale en digitale weerbaarheid, met investeringen in cybersecurity, crisiscommunicatie en onderwijs.

De casus toont aan dat weerbaarheid een dynamisch concept is, waarbij samenwerking tussen overheid, burgers en private sector essentieel is. Nederland kan leren van Zuid-Korea’s aanpak, waar burgerbetrokkenheid en focus op het creëren van vertrouwen in instituties centraal staan. Hoewel de contexten verschillen, biedt Zuid-Korea waardevolle inzichten voor het versterken van de Nederlandse maatschappelijke weerbaarheid in een tijd van complexe veiligheidsdreigingen.

Essay

Sinds het einde van de Koreaanse oorlog in 1953 leeft Zuid-Korea nog altijd onder de dreiging van zijn buurland in het noorden. Een vredesakkoord is nooit getekend tussen de twee landen en ondertussen probeert Noord-Korea voortdurend zijn raketarsenaal verder te ontwikkelen. Sinds 1984 heeft het land 300 testen gedaan met raketten.185 Minder frequent, maar daardoor niet minder relevant zijn de proeven met nucleaire wapens: sinds 2006 zijn zes van deze testen gedaan.186

Deze constante dreiging vanuit Noord-Korea, zowel militair gezien als sociaal, maakt Zuid-Korea een interessante casus voor Nederland. Ook Europa heeft namelijk te maken met een toenemende militaire dreiging, met name vanuit Rusland. Wat kunnen wij leren van Zuid-Korea wat betreft weerbaarheid tegenover militaire dreigingen?

In dit essay zal een overzicht gegeven worden van Zuid-Koreaans beleid ter bevordering van de weerbaarheid van de lokale samenleving tegenover de Noord-Koreaanse dreiging. De evolutie van het concept weerbaarheid in Zuid-Korea kan verdeeld worden in drie periodes: de mobilisatie na de oorlog, de tijd van de autoritaire regimes, en ten slotte het huidige tijdperk van democratisering dat gekenmerkt wordt door hybride dreigingen. De conclusie zal deze bevindingen samenvatten en beoordelen in hoeverre Nederland kan leren van Zuid-Korea.

Door de jaren heen heeft Zuid-Korea een ontwikkeling doorgemaakt van autoritaire regimes naar de democratie die we vandaag de dag kennen. Ook hetgeen wat men verstaat onder weerbaarheid is door de jaren heen veranderd. Direct na het sluiten van de wapenstilstand van de Koreaanse oorlog in 1953 tot aan de jaren ’60, een periode waarin het land een van de armste landen ter wereld was en steeds verder afgleed richting een autoritair regime, lag de nadruk wat weerbaarheid betreft vooral op het vergroten van de fysieke weerbaarheid. Het land moest beter in staat zijn te kunnen verdedigen en te kunnen overleven tegenover de directe dreiging vanuit Noord-Korea. Binnen een paar dagen na de uitbraak van de oorlog werd bijna het gehele Zuid-Koreaanse leger verpletterd, wat niet nog een keer mocht gebeuren.187

De keerzijde van deze manier van het opbouwen van weerbaarheid tegen externe dreigingen was dat dit veelal dwangmatig gebeurde, wat daardoor lastig op de Nederlandse situatie toepasbaar is.

Weerbaarheid krijgen we niet zomaar: daar gaat een continu proces aan vooraf waar aanpassing, betrokkenheid en vertrouwen nodig bij zijn.

Hierdoor ontwikkelde het Zuid-Koreaanse leger zich na de oorlog tot de meest gemoderniseerde institutie van het land en droeg ook bij aan de wederopbouw van infrastructuur. Hierbij ging het niet alleen om het herstel van gebouwen en wegen, maar ook het bouwen van bijvoorbeeld schuilkelders.188 Een andere maatregel die werd genomen was het instellen van een verplichte militaire dienstplicht in 1957. Deze dienstplicht duurt tussen de anderhalf en twee jaar en moet vervuld worden door alle mannen tussen de 19 en 28 jaar oud.189

Een voorbeeld van de voortdurende ontwikkeling van het Zuid-Koreaanse leger uit die tijd zijn de militaire oefeningen samen met de in het land gestationeerde Amerikaanse troepen, die sinds 1961 jaarlijks herhaald worden. De periode direct na de Koreaanse oorlog wordt dus gekenmerkt door de uitbreiding van de capaciteiten van het leger om de Noord-Koreaanse dreiging op die manier het hoofd te bieden.

Vanaf de jaren 60 kwam Zuid-Korea in een periode terecht waarin het geregeerd werd door de dictator Park Chung Hee, die tot zijn dood in 1979 aan de macht bleef. Ook tijdens deze periode was sprake van een actieve dreiging richting Zuid-Korea vanuit het noorden, met als hoogtepunt de inval van Noord-Koreaanse guerrilla troepen richting het Blauwe Huis, de residentie van de Zuid-Koreaanse president, in 1968.190 Ook trokken de Verenigde Staten vanaf de jaren 70 troepen terug uit het land.

Mede hierdoor werd de modernisering en uitbreiding van het leger doorgezet. Het meest concrete voorbeeld hiervan was het Yulgok programma, wat gericht was op het ontwikkelen van een onafhankelijke nationale defensie capaciteit door het investeren in grootschalige industrialisering en het efficiënter maken van het gehele leger.191 Zuid-Korea moest een grote speler worden wat betreft de wapenproductie.

Ook het ADD (Agency for Defense Development) speelt een belangrijke rol in het creëren van een op zichzelf staande verdedigingscapaciteit voor Zuid-Korea. Het ADD richt zich op het onderzoek naar nieuwe wapensystemen en de verdere ontwikkeling daarvan. Zuid-Korea probeerde met het Yulgok programma en het ADD een zelfvoorzienende defensiecapaciteit op te zetten. Dit wordt ook wel het chajuk kukpangbeleid genoemd.192

Daarnaast maakte het land een enorme economische groei door. Economische rijkdom en een sterk leger werden als bij elkaar behorende begrippen gezien.193 Weerbaarheid werd gezien als loyaliteit aan de staat tegenover het communistische noorden en het stimuleren van nationale ontwikkeling. Verschillende methodes werden hiervoor toegepast: propagandacampagnes werden geïntensiveerd, grote organisaties en industrieën werden opgezet en oefeningen werden gehouden om het volk voor te bereiden en te leren hoe te reageren wanneer de dreigingen van Noord-Korea tot echte oorlogssituaties zouden leiden. De focus hierbij lag op het creëren van discipline binnen het Zuid-Koreaanse volk. De keerzijde van deze manier van het opbouwen van weerbaarheid tegen externe dreigingen was dat dit veelal dwangmatig gebeurde, wat daardoor lastig op de Nederlandse situatie toepasbaar is.

Na de moord op Park Chung Hee in 1979 leidden grootschalige protesten tegen zijn opvolger, Chun Doo Hwan, tot directe presidentiële verkiezingen in 1987 en op die manier tot een verandering van autocratie naar democratie in Zuid-Korea.196 Door de technische vooruitgang uit deze tijd werd ook de manier waarop de Noord-Koreaanse dreiging werd opgevat anders.

Sinds de Koreaanse oorlog investeerde Noord-Korea vooral in het hebben van een grote conventionele landmacht, maar uiteindelijk slaagde het land erin om raketten en nucleaire wapens te ontwikkelen.197 Hierdoor was Zuid-Korea ook gedwongen zich meer te richten op technologische bescherming en weerbaarheid. Een voorbeeld hiervan zijn de investeringen in zelfgeproduceerde raketafweersystemen, mede mogelijk gemaakt door de onderzoeks- en ontwikkelingscapaciteiten bij het reeds genoemde ADD.198

Tegenwoordig is Noord-Korea niet slechts actief met militaire dreiging in de vorm van rakettesten en proeven met nucleaire wapens. Het land maakt ook gebruik van cyberaanvallen op Zuid-Koreaanse infrastructuur, het verspreiden van propaganda en vormen van psychologische oorlogsvoering.199 Volgens het Korea Institute for Defense Analyses (KIDA) is het aantal cyberaanvallen vanuit Noord-Korea sinds 2010 exponentieel toegenomen, waarbij met name kritieke infrastructuur doelwit is.200

Hierdoor is de focus in Zuid-Korea wat weerbaarheid betreft langzaam verschoven naar het vergroten van de mentale weerbaarheid van het volk. Enkele voorbeelden hiervan zijn investeringen in onderwijs, crisiscommunicatie en het digitaal beschikbaar maken van informatie over wat te doen in crisissituaties.201

Om hierop te reageren heeft Zuid-Korea geïnvesteerd in een nationale cybersecuritystrategie, waarin samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en burgers centraal staat. Een gevolg van deze strategie is de oprichting van het National Cyber Security Center (NCSC) en het Korea Internet & Security Agency (KISA). Deze organisaties werken aan de beveiliging van Zuid-Korea tegen cyberaanvallen en proberen de mentale en digitale weerbaarheid te vergroten.

Daarnaast is er aandacht voor onderwijs: verschillende programma’s worden aangeboden over digitale veiligheid en mediawijsheid, met als doel jongeren weerbaar te maken tegen manipulatie en desinformatie.202

Ook crisiscommunicatie is een belangrijke factor. De Zuid-Koreaanse overheid heeft een uitgebreid systeem van waarschuwingen via sms, apps en sirenes, waarmee burgers direct geïnformeerd worden bij dreiging.203 Deze infrastructuur is niet alleen technisch van aard, maar ook sociaal: er wordt actief gewerkt aan het vertrouwen van burgers in overheidsinformatie. Transparante communicatie moet bijdragen aan het gevoel van controle en daarmee aan mentale weerbaarheid.204

Een ander aspect is de psychologische voorbereiding van burgers. In Zuid-Korea worden regelmatig oefeningen gehouden waarbij burgers leren hoe te handelen bij een aanval, inclusief evacuatieprocedures en het gebruik van schuilkelders. Deze oefeningen zijn niet alleen bedoeld om praktische vaardigheden te ontwikkelen, maar ook om angst te reduceren en het gevoel van collectieve paraatheid te versterken.205

Hoewel de geopolitieke context van Zuid-Korea en Nederland sterk verschilt, zijn er belangrijke lessen te trekken uit de Zuid-Koreaanse benadering van weerbaarheid. Allereerst laat de casus zien dat weerbaarheid een dynamisch concept is dat meebeweegt met technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Waar in de jaren ’50 fysieke verdediging centraal stond, ligt de nadruk nu op mentale en digitale weerbaarheid. Dit sluit aan bij de Nederlandse discussie over het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid.206

Ten tweede toont Zuid-Korea aan dat weerbaarheid niet alleen een taak is van de krijgsmacht, maar van de gehele samenleving. De inzet van maatschappelijke organisaties, het onderwijs en de private sector is cruciaal. In Zuid-Korea neemt de overheid hier het voortouw in door het opzetten van instituties en het direct hierbij betrekken van bedrijven, het maatschappelijk middenveld en burgers.

Nederland zou kunnen leren van de manier waarop Zuid-Korea burgers actief betrekt bij crisisvoorbereiding, bijvoorbeeld via simulaties, onderwijs en digitale platforms zoals apps. In Nederland bestaan initiatieven zoals het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), maar deze zijn nog beperkt in hun maatschappelijke reikwijdte.

Een derde les is het belang van een coherente strategie. Mede doordat het land al zo lang onder constante dreiging gebukt gaat heeft Zuid-Korea een duidelijke nationale visie op veiligheid en weerbaarheid, waarin verschillende ministeries en instanties samenwerken. In Nederland is het veiligheidsbeleid vaak versnipperd over verschillende domeinen (defensie, binnenlandse zaken, infrastructuur), wat de effectiviteit kan beperken. Een integrale benadering, zoals voorgesteld door Clingendael (2021), zou hier uitkomst kunnen bieden.207

Tot slot is er het belang van vertrouwen. Zuid-Korea investeert actief in het vertrouwen van burgers in instituties, informatie en elkaar. In Nederland, waar polarisatie en wantrouwen in de overheid toenemen, is dit een aandachtspunt. Mentale weerbaarheid begint bij sociale cohesie en het gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid.

Conclusie

Zuid-Korea biedt een rijke casus voor het bestuderen van maatschappelijke weerbaarheid tegenover militaire dreiging. Door de historische ontwikkeling van fysieke verdediging naar mentale en digitale weerbaarheid laat het land zien hoe een samenleving zich kan aanpassen aan verschillende soorten dreigingen. Voor Nederland, dat geconfronteerd wordt met toenemende hybride dreigingen vanuit onder andere Rusland, zijn er belangrijke lessen te trekken. Investeringen in onderwijs, crisiscommunicatie, burgerparticipatie en institutionele samenwerking zijn daarbij cruciaal. Weerbaarheid krijgen we niet zomaar: daar gaat een continu proces aan vooraf waar aanpassing, betrokkenheid en vertrouwen nodig bij zijn.

JESPER VISSER
Director External Relations

GA! × KIEM Literatuurlijst — brondocument (PDF)

Bekijk de volledige literatuurlijst als PDF.

Open PDF ↗

Leave a Reply

Trending

Discover more from GA!

Subscribe now to keep reading and get access to the full archive.

Continue reading