Het Pessimisme van jongeren: een presentistische analyse
.
Executive summary
Het pessimistische uitzicht dat jongeren hebben over hun toekomst is beïnvloed door (onder anderen) economische instabiliteit, maatschappelijke veranderingen, wereldwijde onrust en klimaatangst. Onder deze symptomen ligt een belangrijk historische paradigma verandering. Historicus François Hartog beschrijft dit als Présentisme: een nieuw tijdsregime waarin het heden overheerst en de toekomst eerder bedreigend dan hoopgevend voelt.
Een historisch precedent ligt in 1947, toen Nederlandse jongeren tijdens de Koude Oorlog pessimistisch waren over de toekomst in het atoomtijdperk. Dit sloeg echter om door het perspectief van wederopbouw en economische groei, dat politiek en samenleving concreet vormgaven. Destijds kwamen protesten voort uit een zekere zekerheid, optimisme en duidelijke lange termijn doelen.
Vier kernprincipes voortvloeien uit deze historische vergelijking.
• Bied een helder een hoopvol toekomstperspectief, samen met jongeren via tastbare doelen en effectieve communicatie, ook op social media.
• Herstel vertrouwen in politieke en instituties door transparantie en langetermijnvisie te ontwikkelen en niet in te spelen op de urgentie van het heden.
• Zorg voor basiszekerheid zodat jongeren een versterkte grip op de toekomst kunnen hebben.
• Bied historisch perspectief, om het heden te relativeren, veerkracht te vergroten en gebeurtenissen in historische context te plaatsen.
Pessimisme en zoekende jongeren
Nederlandse jongeren kijken steeds somberder naar de toekomst. Tussen 2019 en 2022 daalde hun levenstevredenheid van 86% tot 76%, een significante daling van 10% in drie jaar.1 Deze trend zette door: waar in 2023 nog 53% procent van jongvolwassen vertrouwen had in de toekomst, was dit gedaald naar slechts 46%.2. Tegelijkertijd vond in 2022 de helft van de ondervraagde jongeren dat Nederland de verkeerde kant op ging, en verwachtte 36% dat hun leven in de toekomst slechter zou worden.3 Naast het klimaat spelen sociale, materiele en economische zaken, en wereldwijde onrust een ook een rol in Nederland. 4 Zo kan onzekerheid over hun (toekomstige) financiële situatie, angst voor werkloosheid, gebrek aan vertrouwen in politiek en instituties, eenzaamheid, sociale druk en prestatiedruk en ongelijkheid ook genoemd worden als factoren die bijdragen aan het pessimistische blik van jongeren over de toekomst.5
Deze cijfers weerspiegelen een generatie die worstelt met verschillende crises. Recent onderzoek identificeert zelfs een nieuw fenomeen in Nederland: “klimaatverlamming” onder jongeren van 18-30 jaar. 6 Paradoxaal genoeg voelen zij juist minder urgentie rond klimaatverandering door andere acute ervaarde problemen zoals internationaal nieuws, oorlogen, politiek instabiliteit en de wooncrisis die hun aandacht opeist.7 Voor sommige jongeren is de toekomst geen bron meer van hoop maar van onzekerheid en hopeloosheid. 8
Wereldwijd laat onderzoek van Marks en Hickman zien dat bezorgdheid over klimaatverandering samenhangt met het gevoel van jongeren dat ze geen toekomst hebben.9 Sommigen denken zelfs dat de mensheid ten dode opgeschreven is en met gevoelens van verraad en verlatenheid door regeringen en volwassenen.10
Er heerst bij jongeren een gevoel van “te veel slecht nieuws”. Nederlandse jongeren leven in een tijdperk van continue informatietoevoer. Ruim driekwart (78%) gebruikt sociale media als primaire nieuwsbron, waarbij 60% van de jongeren deze platforms de belangrijkste toegang tot online nieuws vormen.11 Ze beslissen niet meer wanneer zij nieuws consumeren, het zit in het ene of andere vorm in hun feed en wordt bepaald door grote techbedrijven.12 De gevolgen van deze 24/7-blootstelling aan wereldwijde crises zijn merkbaar: vier op de tien jongeren kiezen regelmatig, wanneer ze kunnen, om het nieuws te mijden.13
Alhoewel het effecten van 24/7 consumptie van nieuws en social media content nog steeds onderzocht wordt, kan er gezegd worden dat het invloed heeft over hoe jongeren informatie op zich innemen. De constante en fragmentarisch “nu” van feeds en notificaties is overweldigend en kan de hierboven genoemde gevoelens en pessimisme opwekken. Recente onderzoeken suggereren dat “Doomscrollen” van nieuws op sociale media niet alleen diepe existentiële zorgen en pessimisme over de mensheid kan veroorzaken, maar ook een verlies van tijdsbesef.14 Kortom, er is een groep jongeren die, door verschillende ervaarde problemen niet meer in een toekomst gelooft, en een fundamentele verschuiving in tijdsbeleving beleeft, waarbij alleen het heden van nieuws werkelijk bestaat met al haar problemen en negatieve nieuws. Dit kan worden geanalyseerd met het concept van presentisme.
Presentistisch Probleem
Veel jongeren ervaren onzekerheid en machteloosheid omdat er geen duidelijk toekomstbeeld is waar ze zich aan vast kunnen houden. Dit past bij het concept van Présentisme van historicus François Hartog.15 Het karakteriseert zich door een overweldigende dominantie van het heden, waar deze permanent en oneindig voelt. Het verleden wordt gereduceerd tot alleen materie voor herdenking of voor identitaire doestellingen. In tegenstelling, in het regime ancien (Oudheid-Middeleeuwen-Renaissance) was het heden gedomineerd door het verleden. Deze verlichtte het heden die bekeken en begrepen werd vanuit dat verleden. De toekomst was niets meer dan de voortzetting of voltooiing van het verleden; oftewel de toekomst werd geleid door het verleden. In het moderne regime (na de Franse Revolutie van 1789) was de toekomst meer een bron van hoop en progressie waaruit het heden geleid werd. In het Présentistische tijdperk is de toekomst niet meer een bron van hoop en progressie maar van pessimisme en bedreigingen.
Presentisme is het nieuwe regime aangebroken na 1989. Nu vormt het heden haar eigen doel en horizon. De toekomst wordt niet meer als betekenisvol of mobiliserende horizon beschouwd. In plaats daarvan is deze onzeker, instabiel of simpelweg een vaag projectie van een koers. Het verleden is geen gids of volger maar gereduceerd tot culturele functies, erfgoed, herdenkingen of herinneringen. Deze aspecten zorgen voor een dubbele schuld, volgens Hartog. Enerzijds ontstaat er een plicht tegenover de herinnering aan het verleden en anderzijds een onzekerheid of afwezigheid van duidelijke verwachtingen ten opzichte van de toekomst. Dit regime zorgt voor een omwenteling in de manier waarop we denken over tijd, geschiedenis en herinnering, met een obsessie voor het hier en nu, het snel verbruiken van tijd en een vaak gefragmenteerde relatie met de toekomst.
precedenten uit de geschiedenis: déjà vu
In het moderne régime zijn echo’s van het huidige pessimisme te vinden, al aan het begin van de Koude Oorlog, in het atoomtijdperk. Nederland kwam in eerste instantie somber uit de Tweede Wereldoorlog. De economische en psychologische schade aangebracht was nog niet hersteld, en velen hadden moeite om hun basisbehoeften te vervullen.16 Het Marshall Plan, verbeterde de Nederlandse economie met tempo en had een positief psychologisch effect op de Nederlandse populatie.17 ‘Herstel en vernieuwing’, devies van het Schermerhorn-Drees noodkabinet, waren kenmerkend voor de jaren van naoorlogse wederopbouw.18
De maatschappelijke verandering, gedreven door een gevoel van een niet tegen te houden moderniteit, was overal te merken.19 Een van de kenmerken van deze ontwikkeling was het jeugdprobleem: het ontstaan van een op moreel gebied onverschillige en wilde jonge generatie.20 De jongere generatie werd beschreven als apathisch, moedeloos, zonder toekomstdroom, pessimistisch.21 Het probleem was zo groot dat het Ministerie van Onderwijs de opdracht gaf om een breed onderzoek uit te voeren. Gebaseerd op onderzoek vanaf 1948 kwam een rapport uit getiteld Maatschappelijke verwildering der jeugd in 1952. Het gezaghebbende rapport verklaart van jongeren: “Het eigen IK [van jongeren] heeft geen vorm en gestalte meer. Daarom heeft de wereld waarin deze jeugd leeft evenmin gestalte.”22
Opmerkelijk was dat, in de tweede deel van de jaren 50, deze pessimistische diagnoses samengingen met concrete maatschappelijke veranderingen die al zichtbaar werden: jongeren kregen door de economische groei meer besteedbaar geld via het stijgende jeugdloon, konden langer doorleren door de toegenomen welvaart, en verwierven daardoor daadwerkelijk meer controle over hun eigen levenspad dan voorafgaande generaties ooit gehad hadden.23 Deze ‘nieuwe volwassenen’, zoals Johan Goudsblom hen noemde in zijn rapport uit 1959, waren zelf het product van de moderniteit.24 Ze waren toleranter en sceptischer, minder vatbaar voor blind idealisme, en achtte, na het falen van de vorige generaties een kans te krijgen om haar eigen weg te gaan.25 Dat werd hen ook, langzamerhand, gegund.
In het Présentistische tijdperk is de toekomst niet meer een bron van hoop en progressie maar van pessimisme en bedreigingen
Het begin van de jaren zestig was een tijd van materiële zekerheid, tijdelijke dooi op het wereldtoneel en van de bloei van de Nederlandse economie. Andere maatschappelijke ontwikkelingen zoals de introductie van de pil in 1963, en de werkelijke creatie van een nationale jongerencultuur door de vrijetijdscultuur (muziek, bioscoop) hadden ook invloed op de jeugd.26 De “wereld leek vrijer en stralender dan ooit tevoren”, aldus historicus James Kennedy.27 Jongeren putten vertrouwen uit het idee van groei, hedonisme en Rock and Roll: een hele nieuwe jongerencultuur nam vorm.28 Jongeren namen het heft in eigen handen, vanuit een optimistisch houding: ze hadden het vertrouwen dat alles mogelijk was. Daaruit groeide een speelse vaak apolitieke tegencultuur en protest-cultuur.29
Veel jongeren beschouwde Nederland als een onbeduidend landje, niet waard om tegen te protesteren in een wereld die zo vol was van groter onrecht.30 Nederland, in tegenstelling tot de Verenigde Staten, Frankrijk en West- Duitsland, was geen land met een aanwijsbare sociale, politieke of economische crisis.31 Veel Nederlandse geestelijken, intellectuelen en politici in de jaren zestig zagen dat de verandering van de houding van jeugd en hun kritiek op de samenleving terecht waren.32 De protestgeneratie heeft, door materiele zekerheid, en de bovengenoemde maatschappelijke factoren een nieuw wereldbeeld ontwikkeld. Een, die de dreigingen vanuit van de Koude Oorlog omruilde voor internationaal moralisme. Nederland herdefinieerde zich door verschillende factoren (o.a. Tweede Wereld Oorlog herinneringen, bloederige dekolonisatieproces in Indonesië, Nieuw-Guinea-crisis) op het internationaal speelveld als gidsland, promotor van moralisme en ontwikkelingshulp verlener in de jaren zeventig.33 Nederland had nu, na de wederopbouw, een duidelijk missie voor zichzelf gecreëerd.
De context waarin dit allemaal gebeurde, het modern régime, is een cruciaal verschil met vandaag. De latere befaamde prostesten van Nederlandse jongeren kwamen niet uit pessimisme maar uit een zeker optimisme voor de toekomst, gebakerd in economische groei en materiele zekerheid. Het radicaal nieuwe kader dat jongeren vormden in de jaren 50 en 60, het optimistische vooruitzicht en de enige maatschappelijke verduidelijking dat jongeren ontwikkelde voor zichzelf zorgden voor perspectief. Dit optimisme was geen abstracte stemming, maar gebaseerd op concrete ervaring: jongeren hadden in hun eigen leven de overgang van schaarste naar welvaart meegemaakt en zagen zichzelf als de architecten van verdere vooruitgang. Hun protesten kwamen voort uit het vertrouwen dat maatschappelijke verandering daadwerkelijk mogelijk en haalbaar was: een fundamenteel verschil met hedendaags pessimisme waarvan een van kenmerkende aspecten machteloosheid is.
Wat kunnen we hiervan leren?
Ten eerste, de geschiedenis herhaalt zich niet, en is contextueel met specifieke karakteristieken alleen toepasbaar tot de contemporaine tijdgeest zelf. Deze vergelijking is ook niet één op één over te nemen. Wel geeft het inzicht in verleden ontwikkelingen waaruit inspiratie genomen kan worden voor hedendaags beleid. Uit deze vergelijking zijn een paar principes te formuleren.
Principe een: bied jongeren een helder en hoopvol toekomstperspectief. Zorg ervoor dat de toekomst weer een bron van optimisme wordt, waar alle oplossingen mogelijk zijn. Deze toekomstvisies moeten tastbaar en reëel voelen en samen met (of door) jongeren gemaakt worden. Zoals in de vergelijking gezien, is een hoopvol toekomstperspectief te koppelen aan materiele bestaanszekerheid. Zorg ervoor dat jongeren kansen krijgen (en zien!) om zich te ontwikkelen. Een hoopvol toekomstperspectief wordt ook gehinderd door het Présentisme. Ook moet het constante overweldigende gevoel dat gevoed wordt door sensationele nieuws en pessimistische gevoelens opwekt aangepakt worden. Dit kan door communicatiecampagnes en door het oprichten, of ondersteunen, van media gericht op jongeren. Succesvolle media gemaakt voor en door jongeren is bijvoorbeeld de NOS Stories, dat meer dan 163 000 000 views heeft.34 NOS Stories laat met de serie Rewind ook zien hoe geschiedenis nu nog invloed heeft voor jongeren.35 In Frankrijk, maakt Hugo Décrytpe het nieuws tastbaar zonder te veel pessimisme erin te verwerken, en heeft meer dan 14 miljoen abonnees op verschillende platforms.36 Het nieuwe SPIL* platform zou ook zo een positie kunnen innemen. Communiceer over collectieve verhalen die verbinden, hoopvol nieuws en kansen.
Principe twee: Bouw aan vertrouwen in politiek en instituties. De overheid moeten niet inspelen op de urgentie van het nu, het Présentisme, maar juist moeten durven praten over lange termijn doelen, ook als die lastig zijn. Transparantie en eerlijke communicatie zorgen ervoor dat jongeren zich serieus genomen voelen en minder de indruk hebben dat alles door onduidelijkheid en sensatie wordt gestuurd. Laat jongeren participeren in instituties zodat ze niet alleen het gevoel krijgen dat hun stem ertoe doet, maar dat het werkelijk ook zo is.
Principe drie: Zorg voor basiszekerheid in het leven van jongeren. Een stabiele start is cruciaal: goede toegang tot onderwijs, werk en betaalbare woningen helpt jongeren om zich minder onzeker en machteloos te voelen en meer grip te krijgen op hun toekomst.
Principe vier: Biedt historische perspectief. Door nationale en internationale evenementen in historische context te plaatsten kan het heden minder overweldigend en heftig overkomen. Historisch besef geeft inzichten, relativering en kan voor veerkracht zorgen.
Deze vier principes schetsen het begin van een oplossing voor de toekomstproblematiek van pessimisme onder jongeren.
Besef van het ontbreken van Koers en Kaart
Het is van belang om niet alleen de symptomen te bestrijden maar ook de diepere historische verschuiving mee te nemen in de vorming van de oplossing. Het Présentisme van Hartog laat zien dat in een nieuwe Régime een nieuwe oplossing nodig is. Het gebrek aan een duidelijke koers en kaart is het gevolg van de régime verandering. Het is dus van belang dat de Nederlandse maatschappij weer haar relatie tussen het verleden, het heden en de toekomst herdefinieerd. De vier genoemde principes zijn gebaseerd op de analyse van de naoorlogse situatie van jongeren en de voltooiing van hun acties. Maar zeker ook op de analyse van lange historische ontwikkelingen, oftewel de longue durée van Braudel, en de breuk die plaats heeft gevonden in het maatschappelijk en politiek begrip van geschiedenis.
Het doel van dit artikel is een kader te bieden, met principes, om het pessimisme onder jongeren te analyseren. Door verder te kijken dan de symptomen maar naar de onderliggende oorzaken, probeert dit artikel houvast te geven aan de lezer in het kader van zijn beroep beoefening. Dit essay biedt geen kant-en- klare oplossingen, maar wel een kader om de complexe realiteit te begrijpen en de dialoog op gang te brengen.
Zonder een duidelijke koers en een gedeelde visie op de toekomst lopen niet alleen jongeren, maar de hele samenleving het risico vast te lopen in de verlammende valkuil van het presentisme. Alleen door historisch bewustzijn te combineren met concrete langetermijnvisies en basiszekerheid kunnen we groeiende onzekerheid omzetten in veerkracht en betrokkenheid.
Bekijk de volledige literatuurlijst als PDF.
Open PDF ↗





Leave a Reply